Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA)
De Vlaamse overheid streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor álle kinderen en gezinnen. Dat wil zeggen dat alle lokale spelers (Onderwijs, Welzijn, Cultuur, Jeugd en Sport …) zo goed mogelijk samenwerken. Het lokaal bestuur heeft de regie in handen en stippelt met de verschillende partners een lokaal buitenschools beleid uit. Het decreet heeft drie doelstellingen:
- We geven kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen, maar ook keuzevrijheid en recht op rust.
- We bieden ouders de mogelijkheid om werk, opleiding en gezin vlot te combineren.
- We creëren een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen. Het draagt op die manier bij tot een harmonieuze samenleving.
De geleidelijke uitrol van het BOA-decreet ging in 2021 van start. De overgangstermijn geeft de nodige tijd om een lokaal BOA-beleid uit te tekenen. Het lokaal bestuur neemt de regie op en tekent een lokaal beleid uit rond buitenschoolse opvang en activiteiten. Dit wordt uitgewerkt in de meerjarenplanning. Het lokaal bestuur beslist over de besteding van de beschikbare financiële, personele en infrastructurele middelen.
Het lokaal bestuur werkt hiervoor nauw samen met partners, in een lokaal samenwerkingsverband. Dat kan bestaan uit verschillende lokale spelers: buitenschoolse (kleuter)opvang, onderwijs, cultuur, jeugd, sport, ouders, kinderen ... Zo komt elke gemeente tot een gedragen visie. Samen met het lokaal samenwerkingsverband geeft het lokaal bestuur de doelstellingen een lokale invulling:
- Welke noden en interesses hebben de kinderen en gezinnen in onze gemeente of stad?
- Welk aanbod van BOA is er al?
- Wanneer en waar is er bijkomend aanbod nodig? Hoe moet dat aanbod eruit zien?
- Welke acties gaan we hiervoor ondernemen? Waar kunnen interessante samenwerkingen ontstaan?
Het decreet vraagt bijzondere aandacht voor kleuteropvang, kwetsbare gezinnen, kinderen met een specifieke zorgbehoefte en het multifunctioneel gebruik van infrastructuur.
Na de overgangstermijn
Op 1 september 2026 eindigt de overgangstermijn en gaan de lokale besturen met hun partners effectief aan de slag. Na de overgangstermijn ontvangt elk lokaal bestuur een BOA-subsidie op basis van een bedrag per kind in de gemeente. Alle bestaande subsidies vanuit Opgroeien voor het aanbod buitenschoolse opvang worden op dat moment stopgezet. Het lokaal bestuur voert vanaf dan een subsidiebeleid in lijn met zijn nieuw BOA-beleid.
Van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2031 bestaat de BOA-subsidie uit drie onderdelen:
- Het basisbedrag
- Een subsidie om de toegankelijkheid van het aanbod te garanderen
- Een compensatie voor lokale besturen die financieel verliezen
Na 1 september 2031 verdwijnt de compensatie en bestaat de BOA-subsidie uit twee onderdelen:
- Het basisbedrag
- Een subsidie om de toegankelijkheid van het aanbod te garanderen
De BOA-subsidie is een jaarlijks bedrag, waarbij per kwartaal een voorschot wordt betaald. Het basisprincipe is dat de inzet van je middelen vasthangt aan de visie die je samen met de relevante partners uitwerkt. Je respecteert bij de besteding van middelen de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals neutraliteit, zorgvuldigheid, gelijkheid, motivering en redelijkheid. Na de overgangstermijn zet je de BOA-subsidies specifiek in om voldoende opvangaanbod voor de gezinnen te garanderen. Uiteraard kan het lokale opvanglandschap evolueren. Van de totale BOA-subsidie vanuit Opgroeien gaat minstens een derde naar buitenschools aanbod waar kleuters terecht kunnen en dat aangepast is aan de noden van kleuters.
Het aanbod buitenschoolse opvang wordt beschouwd als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Je rapporteert via de beleids- en beheerscyclus (BBC). Specifiek voor BOA zijn er twee rapporteringscodes. Die verwijzen rechtstreeks naar de Vlaamse Beleidsprioriteiten:
- OPG-BOA1 om de regierol te vervullen, in functie van het geïntegreerde aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten en het organiseren van de samenwerking.
- OPG-BOA2 om erkend aanbod te financieren.
Als je een BOA-subsidie krijgt, moet je verplicht via die codes rapporteren. Uiterlijk op 31 juli van elk jaar rapporteer je als lokaal bestuur over de uitvoering van je engagementen via de BBC-tool.
6 kerngebieden van het erkenningskader BOA
Het lokaal bestuur erkent opvangaanbod via een eigen erkenningskader. Dat kader wordt opgemaakt in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA. De Vlaamse regering formuleert zes kerngebieden, waarover elk lokaal bestuur minimale verwachtingen moet formuleren in het BOA-erkenningskader. De erkenningsvoorwaarden vertrekken vanuit de minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden, die gebaseerd zijn op het Europees kwaliteitskader voor kinderopvang.
- Het organisatorische beleid: het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid.
- Het pedagogische beleid: de inhoud van pedagogische werking en kwaliteit gericht op de holistische ontwikkeling van elk kind.
- Het medewerkersbeleid: de medewerkers en het belang van hun competenties, permanente vorming en werkomstandigheden.
- De toegankelijkheid: toegankelijkheid en betaalbaarheid van het aanbod voor alle gezinnen en kinderen met het oog op participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit.
- Monitoring en evaluatie, in het belang van het kind en het gezin, en met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk.
- Verbondenheid: de verbinding met andere aanbieders van naschoolse activiteiten, de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen.
Binnen elk kerngebied zitten bouwstenen waarmee je erkenningsvoorwaarden kan formuleren. Per kerngebied vind je een definitie en duidelijke bouwstenen, reflectievragen en interessante bronnen. Zo formuleer je vlot lokale erkenningsvoorwaarden die aansluiten bij de Vlaamse kwaliteitsverwachtingen en de lokale context.
Toezicht en handhaving
Toezicht en handhaving zijn cruciaal om een kwaliteitsvol aanbod te garanderen. Je zorgt lokaal voor een werkbare aanpak op maat van de lokale context. Deze kernprincipes geven richting en dragen bij aan een transparante en zorgvuldige aanpak:
- Werk vanuit partnerschap en vertrouwen tussen het lokale bestuur en de BOA-organisatoren.
- Zorg voor duidelijke rollen, verantwoordelijkheden en relaties tussen de betrokken partijen.
- Bouw de expertise en kennis over de verschillende sectoren in het BOA-landschap uit als basis voor toezicht en handhaving.
- Investeer in een kwaliteitsvolle organisatie van toezicht en handhaving, onder andere door voldoende capaciteit te voorzien, duidelijke processen uit te werken en de functiescheiding te bewaken.
- De veiligheid en integriteit van de kinderen beschermen is het fundament van toezicht en handhaving in BOA.
Meer weten over naschoolse sport
In onze Kennisbank vind je heel wat ander inspiratiemateriaal over naschools sporten en het BOA-decreet.
Jouw contact bij Netwerk Lokaal Sportbeleid
Jasper De Swarte
Verantwoordelijke Buurtsport en Participatie